Voor oraal gebruik.
Dosering:
Om een juiste dosering te garanderen, moet het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk worden bepaald. Een te lage dosering kan ertoe leiden dat het product niet effectief is en kan de ontwikkeling van resistentie bevorderen.
Het diergeneesmiddel moet worden toegediend in een dosis van 2,7 tot 7 mg/kg lichaamsgewicht.
Voor een optimale bestrijding van vlooien- en tekenbesmettingen moet het diergeneesmiddel tijdens het vlooien- en/of tekenseizoen maandelijks worden toegediend. Bij het bepalen van de noodzaak en de frequentie van herhalingsbehandelingen moet rekening worden gehouden met de lokale epidemiologische situatie en de levenswijze van het dier.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen.