Zoals elk middel kan ook dit middel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
In het algemeen komen bijwerkingen soms voor (kunnen maximaal 1 op de 100 personen treffen) als de doses worden aangepast aan de aanbevelingen. Belangrijke bijwerkingen kunnen echter voorkomen in geval van overmatige of langere behandeling dan voorgeschreven door uw arts, hetgeen kan leiden tot hypercalciëmie (verhoogde calciumwaarden in het bloed).
De volgende bijwerkingen kunnen optreden: Misselijkheid, braken, droge mond, verstopping, gewijzigde smaak met een metalen smaak, buikkrampen (krampachtig gevoel in de darm), anorexie (verlies van eetlust).
In geval van matige hypercalciëmie (verhoogde calciumwaarden), kunnen zwakte, vermoeidheid, suf gevoel, hoofdpijn en prikkelbaarheid voorkomen.
In gevallen van hypercalciëmie kunnen hartritmestoornissen voorkomen.
In geval van hypercalciëmie kunnen bot en spierpijn en verkalkingen (afzettingen van calcium) in weke delen voorkomen. Ook nefrocalcinose (vorming van afzettingen van calcium in de nieren), nierfunctiestoornis met polyurie (verhoogde frequentie van plassen), polydipsie (toegenomen dorstgevoel), nachtelijke mictie (’s nachts plassen) en proteïnurie (eiwitten in de urine) kunnen voorkomen.
In zeldzame gevallen (kunnen maximaal 1 op de 1.000 personen treffen) kunnen bij zeer hoge doses fotofobie (de ogen kunnen geen licht verdragen) en conjunctivitis met verkalkingen (afzettingen van calcium) op het hoornvlies voorkomen.
Andere bijwerkingen zijn onder meer: rhinorroe (loopneus), jeuk, hyperthermie (koorts) en verminderd libido (seksueel verlangen). Pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier). Verhoogde waarde voor ureum stikstof in het bloed, albuminurie (albumine in de urine), hypercholesterolemie (verhoogde cholesterolwaarde in het bloed) en hypercalciëmie (verhoogde calciumwaarde in het bloed).
Bij hoge calciumwaarden in het bloed kunnen verhoogde transaminasewaarden (SGOT en SGPT) voorkomen.