Trombose – Symptomen, oorzaken en behandeling

Snelle introductie tot onze onderwerpen
Trombose is een aandoening van de bloedvaten waarbij door een verhoogde bloedstolling een trombus of bloedklonter ontstaat. Deze stolsels komen het meest voor in de diepe aderen in de benen, die dan vernauwd of zelfs helemaal afgesloten raken. Hierdoor stroomt het bloed op zijn beurt minder goed terug naar het hart en blijft het in de aderen zitten. Door de extra bloedstuwing krijgen sommige patiënten last van zwelling, spanning en pijn in de benen.
Trombose verloopt vaak lange tijd zonder opvallende symptomen, maar het kan wel heel wat gezondheidsproblemen veroorzaken, waaronder een embolie. Hierbij komen de bloedstolsels los en worden ze naar andere bloedvaten geduwd, waar ze een blokkade veroorzaken. In het slechtste geval leidt dit tot hartfalen of een beroerte. Het is dus belangrijk om de symptomen van een trombose zo snel en goed mogelijk te behandelen en je te informeren over de risicofactoren.
Wat is trombose?
Trombose ontstaat wanneer bloedstolsels of trombi (van het Griekse thrómbos = klonter, prop of stolsel), één of meerdere bloedvaten gedeeltelijk of volledig afsluiten of nauwer maken. Het gaat dan meestal om de aderen in de benen, maar trombose komt ook voor in andere lichaamsdelen, zoals in de nieren of de hersenen. In dat laatste geval spreken we van een cerebrale veneuze sinustrombose of CVST. Slagaders raken soms ook verstopt, maar dat is zeldzaam. De aandoening treft vooral de dieper gelegen aderen tussen de spieren en dan spreken we van diepe veneuze trombose of DVT.
Wat zijn de symptomen van een trombose?
Trombose verloopt vaak zonder merkbare symptomen, maar de gevolgen ervan zijn toch niet te overzien. Meestal kan men de aandoening niet met het blote oog herkennen, vooral als het gaat om de diepe aderen. Het bloed hoopt zich op in het vernauwde bloedvat, doordat de bloeddoorstroming wordt belemmerd. Afhankelijk van de ernst van de verstopping en de hoeveelheid bloed ontstaat dan zwelling en krijgt men last van een gespannen gevoel. Ook typisch is een blauwachtige verkleuring van de huid (cyanose). Dit is het gevolg van een zuurstoftekort in het getroffen lichaamsdeel, doordat het bloed blijft zitten. De huid krijgt dan soms ook een lichte glans.
Daarbij neemt de druk in de aderen toe, wat lokale pijn veroorzaakt in de benen, armen of het bekken, afhankelijk van de plaats van de blokkade. In sommige gevallen wordt het getroffen lichaamsdeel warmer of rood en sommige patiënten ervaren ook drukpijn en chronische spierkrampen. Soms ontstaat er zelfs vochtophoping in het weefsel (oedeem).
Wat zijn de mogelijke complicaties van trombose?
Trombose is een ernstige aandoening, vooral omdat er (levensbedreigende) gezondheidsrisico’s aan vasthangen. Hiertoe behoren:
- (Long)embolie: Wanneer de bloedstolsels in de aderen loskomen, kunnen ze zich verplaatsen naar andere bloedvaten en deze blokkeren (embolie). Dit is vooral gevaarlijk in de dunne bloedvaten van de longen. Als deze afgesloten raken, krijgt het bloed niet voldoende zuurstof meer en hoopt het zich op tussen de longen en het hart. Dit leidt op zijn beurt vaak tot overbelasting van het hart en bijgevolg hartzwakte of hartfalen en, in ernstige gevallen, een hartstilstand.
- Posttrombotisch syndroom (PTS): Dit is een permanente beschadiging van de vaatwanden en aderkleppen door een slechte bloeddoorstroming, waardoor het bloed zich ophoopt. Patiënten krijgen dan vaak last van zware en gespannen benen, met een duidelijke zwelling. Daarbij wordt de bloeddruk in de aderen hoger (veneuze hypertensie) en ontstaan soms ook wonden.
- Chronische veneuze insufficiëntie (CVI): PTS kan leiden tot permanente schade aan de bloedvaten, waardoor de bloeddoorstroming naar het hart minder goed is en het bloed terugstroomt. In dit geval wordt de zwelling erger, vooral ter hoogte van de enkels en benen. Typisch zijn pijn in de kuiten ’s nachts en een slechte wondheling, wat vaak leidt tot een zweer (ulcus).
Wanneer bloedklonters bij een trombose in de bloedvaten van de hersenen terechtkomen en deze blokkeren, krijgt een deel van de hersenen geen bloed en zuurstof meer, waardoor het uitvalt. Dit verhoogt het risico op een beroerte of een zogenaamde cerebrovasculaire aandoening (CVA), vroeger ook wel apoplexie genoemd.
Hoe ontstaat trombose?
Trombose ontstaat wanneer er zich bloedstolsels in een bloedvat vormen en deze daardoor nauwer worden of geblokkeerd raken. De aandoening wordt over het algemeen veroorzaakt door drie factoren, ook wel bekend als de Trias van Virchow:
- 1. Veranderingen in de vaatwand: door letsels (zoals bij een operatie), aderontsteking (tromboflebitis), infecties of aderverkalking.
- 2. Verminderde bloeddoorstroming: door verwijding van de bloedvaten (zoals bij spataderen), hartfalen of bedlegerigheid.
- 3. Toegenomen bloedstolling: door erfelijke factoren, bij bepaalde ziektes, door hormonale problemen of het nemen van bepaalde medicatie.
Deze factoren zorgen ervoor dat het bloed in de bloedvaten blijft staan, waar het zich aan de vaatwanden hecht en stolt, met bloedklonters als gevolg.
Wanneer is het risico op trombose verhoogd?
De kans om trombose te ontwikkelen neemt toe met de leeftijd, vooral vanaf 60 jaar. Ook jongere volwassenen kunnen trombose krijgen, vooral als er sprake is van erfelijke aanleg of als ze al eerder een trombose hebben doorgemaakt. Mensen die bedlegerig zijn (bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname) of veel reizen en langdurig zitten, lopen ook meer risico om trombose te ontwikkelen.
Andere risicofactoren zijn onder andere:
- Erfelijke aandoeningen of stoornissen zoals trombofilie (verhoogde neiging van het bloed om te stollen)
- Hartfalen of hartinfarct
- Overgewicht en obesitas
- Bepaalde vormen van kanker
- COPD (chronische obstructieve longziekte)
- Spataderen
Ook zwangere vrouwen lopen meer kans om trombose te ontwikkelen, net als mensen die oestrogeenmedicatie nemen, waaronder de anticonceptiepil, of hormoontherapie volgen (zoals tijdens de menopauze).
Daarbij stijgt de kans op trombose nog verder bij een ongezonde levensstijl: roken en weinig bewegen zijn veelvoorkomende risicofactoren.
Hoe herkent de arts een trombose?
Veel symptomen van trombose zijn nogal algemeen en komen ook bij andere aandoeningen voor. Dat maakt het vaak moeilijk om een diagnose te stellen. Daarbovenop hebben veel mensen met trombose helemaal geen klachten. Aan de andere kant kan men trombose wel vaststellen door middel van een bloedonderzoek, waarbij de arts het bloed controleert op bepaalde moleculen die vrijkomen bij bloedstolling, de zogenaamde D-dimeren. De test wordt daarom ook wel de D-dimeertest genoemd.
Wanneer deze moleculen in het bloed verschijnen, voert men daarna meestal een echografie uit (compressie-echografie), een geavanceerde visuele methode om de bloedvaten en hun structuur nauwkeurig te analyseren. Op basis van die beelden herkent men eventuele veranderingen aan de vaatwanden.
Ook andere beeldvormende technieken kunnen meer duidelijkheid geven over de aanwezigheid van trombose en hoe ver het is gevorderd. Goede voorbeelden zijn een CT-scan (computertomografie) en een MRI-scan (magnetische resonantietomografie). Deze worden meestal uitgevoerd als men een operatie overweegt.
Hoe wordt trombose behandeld?
Aangezien trombose het gevolg is van een probleem met de bloedstolling, behandelt men het direct met bloedverdunners (anticoagulantia), zoals heparine. Men spreekt dan ook wel van anticoagulatietherapie.
Na de eerste fase van deze therapie volgt de patiënt meestal een onderhoudstraject van minstens drie tot zes maanden, om longembolie en een nieuwe trombose te voorkomen. Tijdens deze periode blijft de patiënt bloedverdunners nemen, maar wel in een lagere dosering. De populairste medicijnen hiervoor zijn vitamine K-antagonisten (VKA’s of antistollingsmiddelen), zoals fenprocoumon of warfarine en orale anticoagulantia (DOKA’s). Afhankelijk van de resultaten en het risico op een nieuwe trombose kan dit onderhoudstraject worden verlengd. Sommige patiënten moeten de medicatie zelfs levenslang blijven nemen.
Als er sprake is van trombose en dan vooral bij posttrombotisch syndroom, raadt men vaak ook steunkousen of compressiekousen aan. Compressietherapie vermindert de klachten in het getroffen lichaamsdeel en verlaagt het risico op een nieuwe trombose. Compressiekousen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen met variërende druk. Welk type je nodig hebt en hoe lang je ze moet dragen, hangt vooral af van de ernst van de symptomen. Net zoals bij anticoagulatietherapie moeten patiënten ze maanden- of jarenlang dragen. De arts controleert regelmatig de toestand van de patiënt en het verloop van de behandeling om te bepalen hoe lang en geeft eventueel aangepast advies.
In sommige gevallen brengt de arts een veneuze filter (vena cava-filter) aan in het getroffen bloedvat, door middel van een katheter. Deze filter vangt de losgekomen bloedklonters als het ware op en voorkomt dat ze zich verplaatsen door het bloedvat en daar een blokkade veroorzaken. Hoewel het gaat om een kleine operatieve ingreep, wordt hij doorgaans alleen toegepast in specifieke situaties. Bijvoorbeeld bij patiënten die geen bloedverdunners mogen nemen of bij wie het risico op longembolie ondanks een behandeling toch hoog blijft.
Vervolgens is er ook de trombectomie, waarbij bloedstolsels operatief worden verwijderd via een katheter. Net zoals bij een vena cava-filter past men deze behandeling alleen toe bij trombose in de beenslagader (de vena cava) of bij patiënten met een laag risico op bloeden. De kans op ernstige bloedingen is bij deze behandeling immers groot.
Wat kan je zelf doen bij trombose?
Een gezonde levensstijl is een van de beste manieren om trombose te voorkomen. Gezonde, evenwichtige voeding zijn hiervoor essentieel, maar ook roken wordt afgeraden.
Beweeg voldoende, vooral als je een zittend beroep hebt of vaak lange vliegreizen maakt. Tijdens de zwangerschap, bij hormoontherapie of een bestaande stollingsstoornis is het daarbij belangrijk om regelmatig advies in te winnen bij een arts, zodat men een eventuele trombose tijdig kan opsporen en behandelen.
Gepubliceerd op: 13.02.2026
____________________________________________________________________________________________________________________________
Onze kwaliteitsgarantie

“Het adviseren van onze klanten volgens de hoogste farmaceutische standaard en zo elke dag bijdragen aan hun individuele gezondheid ligt mij nauw aan het hart en vormt een essentieel onderdeel van mijn dagelijkse werk.”
Als Senior Expert binnen de afdeling Pharma Service staat Louisa Wehleit achter onze adviespagina’s. Hier delen we uitgebreide kennis op het gebied van welzijn en gezondheid. Met onze gids kan je je uitgebreid informeren over uiteenlopende gezondheidsonderwerpen en gebruikmaken van waardevolle tips van apothekers.