Longembolie – Symptomen, oorzaken en behandeling

Snelle introductie tot onze onderwerpen
Een longembolie is meestal het gevolg van het feit dat één of meerdere bloedstolsels of proppen de bloedvaten blokkeren. De stolsels ontstaat vaak in de grote slagader van het been en komen via de bloedbaan in de longen terecht, waar ze de bloedcirculatie vertragen of zelfs helemaal stilleggen.
Typische symptomen van een longembolie zijn kortademigheid, pijn bij het ademhalen, hartkloppingen en plotseling bewustzijnsverlies. Aangezien een longembolie kan leiden tot een hartstilstand, is het belangrijk dat men altijd meteen de spoeddiensten inschakelt. Als een embolie vroegtijdig wordt opgemerkt, kan een arts medicatie voorschrijven of een ingreep laten uitvoeren om het verstopte bloedvat te openen.
Wat is een longembolie?
Longembolie is de op twee na meest voorkomende hart- en vaatziekte, waarbij een bloedvat in de longen verstopt raakt door een stolsels (of trombus). Dit stolsel is in meer dan 90% van de gevallen afkomstig uit de bekken- en beenslagaders en komt via de longslagader in de longen terecht.
Het gevolg is dat de longen niet voldoende bloed meer krijgen, waardoor men sneller en dieper ademhaalt (hyperventilatie). Een longembolie kan het hart zwaar belasten, wat het risico op circulatiestilstand (de bloeddoorstroming die stilvalt) vergroot.
In landen als Nederland en Duitsland krijgen elk jaar 50 tot 70 mensen per 100.000 inwoners te maken met een longembolie. Het grootste risico is dat het moeilijk is om deze aandoening tijdig te herkennen. De diagnose wordt in meer dan 30% van de gevallen pas na overlijden gesteld. Vaak overlijdt de patiënt al een paar uur na de eerste symptomen.
Wat zijn de symptomen van een longembolie?
Bloedstolsels in de benen brengen in de helft van de gevallen geen symptomen met zich mee en worden dan ook niet opgemerkt. Wanneer een stolsel echter via de bloedbaan in de longen terechtkomt, krijgt men plots last van duidelijke symptomen. Dit hang echter ook af van de grootte van de trombus. Veel van die symptomen zijn jammer genoeg niet eenduidig en worden daarom verward met die van een hartinfarct.
Hieronder een aantal veelvoorkomende tekenen van een longembolie:

- Moeite met ademhalen en/of kortademigheid
- Hoesten, soms met bloederig slijm
- Hartritmestoornissen en een versnelde hartslag
- Snelle ademhaling
- Koud zweet
- Koorts
- Pijn in de borst, vooral tijdens het ademhalen
- Lippen die blauw worden
- Plotselinge, kortdurende bewusteloosheid
- Shock, hartstilstand en/of circulatiestilstand
Als een longembolie een klein bloedvat in een long blokkeert, zijn de symptomen meestal niet ernstig: kortademigheid, pijn tijdens het ademhalen, duizeligheid, enzovoort. Gaat het echter om een longslagader? Dan is een longembolie potentieel levensbedreigend.
De blokkade in de longader zorgt ervoor dat de longen zuurstof niet meer goed opnemen en koolstofdioxide minder efficiënt afgeven. Hierdoor komt er te weinig zuurstof in het bloed terecht, met plotselinge verkramping van de luchtwegen (bronchospasmen) en zelfs shock met circulatiestilstand tot gevolg.
Hoe ontstaat een longembolie?
Een longembolie ontstaat meestal door een bloedprop die van de beenslagader via de bloedbaan in de longslagader terechtkomt. Bepaalde factoren dragen bij aan de vorming van zo’n trombus. Deze vormen samen de trias van Virchow:
- Verminderde bloeddoorstroming
- Beschadiging van de binnenwand van een bloedvat
- Verhoogde stollingsgraad van het bloed
Mensen die medicatie nemen tegen kanker lopen een groter risico op bloedstolsels, omdat dergelijke medicijnen de bloedstolling beïnvloeden. De kans om een trombus en dus ook een longembolie te ontwikkelen tijdens de zwangerschap is wel vier keer zo groot.
Vervolgens zijn er nog een aantal andere risicofactoren voor een longembolie:
- Lang stilzitten (zoals bij bedlegerige patiënten of tijdens een lange vliegreis)
- Hoge leeftijd
- Suikerziekte (diabetes mellitus)
- Ernstig overgewicht
- Roken
- Anticonceptiepil
- Bloedstollingsstoornissen
- Bepaalde hart- en longziektes
Soms kunnen ook vetdruppeltjes of kleine deeltjes van onderhuids vetweefsel een longembolie veroorzaken. Dit komt meestal voor na een operatie of botbreuk, waardoor vetachtige, lichaamseigen stofjes in de bloedvaten terechtkomen en deze verstoppen. In dat geval spreken we van een vetembolie, een zeer zeldzame aandoening.
Ook een infectie met het SARS-CoV-2 coronavirus vergroot de kans op bloedstolsels in de aderen en dus een longembolie. Dit komt vooral voor bij patiënten die in het ziekenhuis worden behandeld. Zo’n 14% van de mensen die op de intensive care (IC) worden opgenomen, krijgen een bloedstolsel, tegenover slechts 7 of 8% van de andere patiënten. Het risico blijft trouwens nog wekenlang na een infectie verhoogd.
Hoe stelt men longembolie vast?
Zodra u vermoedt een longembolie te hebben, moet u zich direct door een arts laten onderzoeken. Hij of zij voert vervolgens een diagnose uit, rekening houdende met de symptomen en risicofactoren. Ten eerste voert de arts een vraaggesprek of anamnese over het ziekteverloop en lichamelijke onderzoeken uit.
Bij milde symptomen begint men meestal met een gewoon labonderzoek om het zuurstofgehalte in het bloed en de aanwezigheid van D-dimeren (afbraakproducten van bloedstolsels) te controleren. Een negatieve D-dimeertest sluit longembolie met grote zekerheid uit, maar bij een positieve test is verder onderzoek noodzakelijk. Dit kan door middel van beeldvormende methodes, zoals een CT-scan (computertomografie), MRI (magnetische resonantietest) of echografisch onderzoek van de been(slag)aderen.
De huidige S2k-richtlijn in Nederland en andere Europese landen uit 2023 legt de focus op meerdere diagnostische methodes. Ervaren zorgkundigen kunnen direct zelf een echografie uitvoeren. Minder ervaren specialisten moeten echter eerst een voorafgaand onderzoek doen, gevolgd door een D-dimeertest en indien nodig een beeldvormende diagnose.
Patiënten die ernstige symptomen ervaren of wiens situatie niet stabiel blijft en hoogstwaarschijnlijk een longembolie hebben, moeten een echocardiografie laten doen om de hartfunctie en de belasting van het hart te beoordelen. Met deze tests kan een specialist ook meteen verschillende hartaandoeningen vaststellen en van elkaar onderscheiden.
Hoe behandelt men een longembolie?
De behandelende arts kiest een therapie op basis van de ernst van de situatie en de aanwezigheid van eventuele risicofactoren. Deze behandeling is er vooral op gericht de afgesloten bloedvaten in de longen weer te openen, ter voorkoming van een nieuwe longembolie.
Bij patiënten die een hartstilstand krijgen, start men direct met reanimatie. Vaak worden patiënten dan ook kunstmatig beademd om schade aan de organen te voorkomen. Patiënten bij wie de bloedsomloop nog werkt, moeten in de eerste plaats rustig blijven zitten, idealiter in een halfzittende houding. Daarbij dient men vaak bloedverdunners toe of medicijnen die de bloedstolling remmen (anticoagulantia). Indien nodig krijgt de patiënt ook zuurstof via een zuurstofmasker. Deze maatregelen worden vooral toegepast in situaties zonder levensbedreigend risico.
Tegenwoordig gebruikt men vooral directe orale anticoagulantia (DOAC’s), zoals apixaban en rivaroxaban. In ernstige gevallen geeft men medicatie om het bloedstolsel rechtsreeks op te lossen. We spreken dan van trombolyse of lyse-therapie. Dit brengt wel een verhoogd risico op bloedingen in andere organen met zich mee. Daarnaast kunnen pijnstillers en kalmerende middelen helpen tegen pijn en angst.
Voor sommige patiënten is een behandeling met anticoagulantia niet mogelijk, bijvoorbeeld door een verhoogd risico op bloedingen. In dergelijke gevallen gebruikt men vaak een katheter, om het vernauwde of geblokkeerde bloedvat rechtstreeks te openen. Men brengt de katheter in het bloedvat in, waarna men de trombus kleiner maakt of mechanisch verwijdert. Via deze katheter kunnen ook trombolytica (medicijnen tegen bloedstolsels) worden toegediend om de bloedprop op te lossen.
Wanneer deze aanpak niet het gewenste resultaat geeft, voert men soms een operatie uit onder volledige narcose. Deze behandeling brengt veel risico’s met zich mee en wordt dus alleen aangeraden als er geen andere optie is. Na de ingreep moet de patiënt in de IC-afdeling van ziekenhuis blijven en streng gemonitord worden.
Vaak raadt men ook onderhoudstherapie aan uit na het verwijderen van een longembolie, meestal met bloedverdunners, gedurende drie tot zes maanden. Als het risico op een nieuwe longembolie na die periode nog altijd verhoogd is, moet de patiënt langdurig en soms zelfs levenslang behandeld worden.
Daarbij is het van groot belang dat de patiënt na de onderhoudstherapie regelmatig op controle komt voor een onderzoek. De arts beoordeelt dan vooral de ademhaling en de functie van de longen.
Naast het geven van medicatie maakt ook aangepast levensstijladvies deel uit van de nazorg. Denk aan het dragen van compressiekousen, regelmatig bewegen, voldoende water drinken en indien nodig gewichtsverlies.
Wat kunt u zelf doen bij een longembolie?
Bij vermoeden van een longembolie moeten het slachtoffer zelf en/of mensen in de omgeving snel handelen en direct de spoeddiensten inschakelen. De kans op overlijden is immers heel groot binnen de twee uur na de eerste symptomen.
Na een eerste longembolie is er een groot risico dat er een nieuwe ontstaat en daarom is het belangrijk om de voorgeschreven medicatie helemaal uit te nemen. Sommige patiënten moeten levenslang bloedverdunners blijven nemen. Roken en overgewicht zijn ook belangrijke risicofactoren om te vermijden.
Bedlegerige mensen en ouderen, patiënten die een operatie hebben gehad en mensen die net lang in het vliegtuig hebben gezeten, moeten vooral voldoende bewegen en genoeg drinken. Compressiekousen kunnen ook helpen om de bloeddoorstroming te verbeteren.
Gepubliceerd op: 25.03.2026
____________________________________________________________________________________________________________________________
Onze kwaliteitsgarantie

“Het is voor mij heel belangrijk om mensen te helpen een gezond en zo zorgeloos mogelijk leven te leiden. Met behulp van onze adviespagina‘s hebben we de mogelijkheid om onze apothekerskennis snel en eenvoudig door te geven.”
Als gediplomeerd en erkend apotheker heeft Kathrin Rund al in diverse leidinggevende functies gewerkt en ondersteunt zij Farmaline momenteel als Associate Director binnen de afdeling Pharma Process. Met haar jarenlange expertise staat zij achter onze adviespagina’s, die uitgebreid informeren over uiteenlopende gezondheidsonderwerpen.